De Algemene Rekenkamer heeft zich onvoldoende neutraal opgesteld bij haar onderzoek naar mogelijke kostenbesparingen die mogelijk zijn bij de inzet van open standaarden en open source software. Dat is de conclusie van Hans Sleurink, redacteur van het Open Source Jaarboek, in een open brief (PDF) aan de Algemene Rekenkamer. Volgens hem doet de Rekenkamer ongefundeerde beweringen, ontbreekt het aan verwijzing naar geraadpleegde vakliteratuur, beperkt ze zich bij het bespreken van strategische ICT-doelstellingen tot de interne ICT-behoefte van de overheden en de marktordening en worden gesloten en open source software niet gelijkwaardig behandeld. Sleurink verwijst naar een eerdere rapportage van de Rekenkamer over de informatiehuishouding bij het Rijk en het daarin vervatte initiatief om met de coördinerende ministeries in gesprek te gaan om een effectieve aanpak te ontwikkelen. “Wat hier gebeurt is een vermenging van functies. De controleur en toezichthouder Algemene Rekenkamer gaat ook aan de slag als participant en ontwikkelaar”, aldus Sleurink. “Ik vind dit een verontrustende ontwikkeling. In onze samenleving heeft de Rekenkamer nog het imago van een wat saaie maar solide, afstandelijke rekenmeester die een hoeksteen vormt in het gebouw van de democratie. Door te kiezen voor een rol als ICT-ontwikkelaar gaat die positie verloren en naar mijn mening kan de samenleving zich dat niet permitteren. Ik pleit dan ook voor een terugkeer; laat de Rekenkamer zich beperken tot zijn wezenlijke en alom gewaardeerde taak van controleur”.
In de open brief worden vijf tekortkomingen bij de rapportage van de Rekenkamer uitgewerkt. Hans Sleurink bekritiseert het ontbreken van een verantwoording van de gebruikte methodiek en de door de Rekenkamer gekozen vertaling van de vragen vanuit de Tweede Kamer. Het rapport bevat krachtige uitspraken zonder verwijzing naar bronnen die deze ondersteunen. Sleurink wijst er verder op dat de Rekenkamer onvolledig was bij de reconstructie van het open source beleid in Nederland. “Een conclusie moet dus zijn dat niet in de eerste plaats en niet alleen de Tweede Kamer de motor was van open ICT-beleid zoals u betoogt, maar dat de Europese Commissie en het kabinet Kok II een initiërende rol vervulden. Dat levert een ander beeld op van de politieke context dan u schildert.”.
Dat de Rekenkamer zich zo sterk beperkt heeft ten aanzien van de strategische doelstellingen van ICT noemt hij een “onacceptabel reductionisme”. Die beperking wordt niet onderbouwd en, zo stelt Sleurink, “In de tweede plaats (constateer ik) dat de Rekenkamer door zo te handelen zijn taak te buiten gaat. In plaats van beleid op doelmatigheid te controleren wordt gepoogd het beleid te bepalen”.
De dubbelrol van controleur en ontwikkelaar van beleid kan op weinig begrip rekenen. Het roept in de ogen van Hans Sleurink vragen op over de wijze waarop de Algemene Rekenkamer zelf invulling geeft aan het actieplan Nederland Open in Verbinding: “Hoe staat de Rekenkamer als organisatie zelf in het open ICT-beleid? Wordt het actieplan Nederland Open in Verbinding ervaren als geldend voor de Rekenkamer? Hoe is de stand van zaken?”.
One Response to “Algemene Rekenkamer onvoldoende neutraal bij schrijven rapport”
Sorry, the comment form is closed at this time.

Wat een boeiende reactie ! Dank je Hans Sleurink.