feb 042011
 

Mits omgeven door maximale openheid en transparantie zijn er weinig bezwaren tegen commerciële sponsoring van het NOiV Jaarcongres en het bieden van ruimte aan de sponsoren een inhoudelijk deel van het programma in te vullen. Op voorhand moet wel duidelijk zijn op welke wijze de sponsoren zich hebben gecommitteerd aan open standaarden en open source software. Op dit punt lijkt een aanscherping wenselijk en mogelijk. De commitment mag geen papieren intentie zijn, maar moet -ten behoeve van de bezoekers van het congres- reëel en substantieel zijn, zo maakt een rondvraag duidelijk. Het programmabureau Nederland Open in Verbinding heeft deze week stappen genomen om ervoor te zorgen dat de ondertekenaars van het leveranciersmanifest open standaarden inzichtelijk gaan maken hoe zij met open standaarden omgaan. Kritiek is er ook. Zo worden door sommigen vraagtekens gezet bij de vermenging van commerciële sponsoring en de inhoudelijke onderdelen van het programma. En is er teleurstelling over de beperkte ruimte die wordt geboden aan open source gemeenschappen.

Aanleiding

Gaan commerciële sponsoring en een congres gericht op overheden, georganiseerd door een overheidsorganisatie wel samen, zeker als in het sponsorpakket (PDF) ruimte op het inhoudelijk programma wordt aangeboden? Deze vraag drong zich op toen het programmabureau Nederland Open in Verbinding aankondigde welke sponsoren zich hadden aangemeld voor het komende jaarcongres dat als thema ‘Open Einder’ draagt. Opvallend was daarbij verder dat zes sponsoren het leveranciersmanifest open standaarden niet hadden ondertekend en dat van een aantal wel-ondertekenaars nog niet bekend was hoe zij aan dit manifest concreet invulling gaan geven. Zou het, gezien het belang dat het programmabureau hecht aan het leveranciersmanifest, niet op zijn minst voor de hand hebben gelegen om sponsoren te kiezen die zich duidelijke hebben gecommitteerd aan open standaarden en open source software? Immers, dat is toch de essentie van het actieplan Nederland Open in Verbinding. Kunnen de inhoudelijke bijdragen van sponsoren die hetzij het manifest niet hebben ondertekend, dan wel daar nog geen concrete invulling aan hebben gegeven, afdoende bijdragen aan het streven naar een meer open overheid?

Een niet zo korte rondvraag

Open Trends heeft een aantal vragen (GoogleDocs) voorgelegd aan het programmabureau Nederland Open in Verbinding, de sponsoren van het NOiV Jaarcongres 2011, de branchevereniging OSSLO en de verschillende fracties in de Tweede Kamer, teneinde hun mening hierover in beeld te brengen.

Van de zes bedrijven die bij het aangaan van de sponsorovereenkomst het leveranciersmanifest open standaarden niet hadden ondertekend (Capgemini, Wind Internet, RedNose, Red Dolphin, Stone-IT en Opensapiens) hebben Red Dolphin, Capgemini, Opensapiens, Stone-IT en RedNose antwoord gegeven op de vragen. Daarnaast zijn reacties ontvangen van het programmabureau NOiV, OSSLO en twee andere sponsoren (Esri en Israpunt).

NOiV: zorgvuldigheid en insluiting

Het programmabureau Nederland Open in Verbinding geeft aan zorgvuldig om te gaan met de sponsoren en hun inhoudelijke bijdragen, zowel in het belang van de bezoekers als de leveranciers. Ineke Schop stelt hierover: “Voor bezoekers moet duidelijk zijn dat de door leveranciers ingevulde inhoudelijke bijdragen vanuit sponsoren van het jaarcongres komen. Dit wordt in het programma gerealiseerd door alle bijdragen vanuit sponsoren in twee aparte tracks onder te brengen, waarbij duidelijk vermeld wordt dat het hier tracks met inbreng van sponsoren betreft.” Voor het aangaan van de sponsorovereenkomst zijn geen nadere afspraken gemaakt over de inhoudelijke bijdragen op het congres. “Dat bleek tot op heden ook niet nodig te zijn. De inhoudelijke bijdragen vanuit sponsoren worden uitgebreid voorbesproken met NOiV. Ook worden de slides vooraf aangeleverd zodat een laatste check kan plaatsvinden.”

Dat het leveranciersmanifest open standaarden niet door alle sponsoren is ondertekend, wordt niet als een probleem gezien. “Het sponsorschap staat open voor alle leveranciers waarvan we denken dat ze aansluiting hebben bij de doelgroepen van het congres: de ondertekenaars van het Manifest Open Standaarden, de sponsoren van voorgaande edities van het jaarcongres, de deelnemers aan de bestuurstafel decentrale overheden en alle leveranciers die expliciet aangeven met open source software en/of open standaarden te werken.” Daarnaast was voor het programmabureau de volgorde van aanmelding bepalend.

Het programmabureau wil wel dat de ondertekenaars van het manifest zich houden aan de afspraken en een daarvan is het inzichtelijk maken hoe het bedrijf met open standaarden omgaat. Tijdens de bestuurstafel van 31 januari 2011 is dan ook besloten de leveranciers die dat nog niet hebben gedaan een week de tijd te geven hun website in orde te maken. Afgelopen woensdag, 2 februari, zijn de betrokken bedrijven van dit besluit op de hoogte gebracht. Zijn zij volgende week nog steeds in gebreke, dan zullen zij voorlopig van de lijst van ondertekenaars worden geschrapt. Het programmabureau laat weten dat de leveranciers in december 2010 een sjabloon hebben ontvangen met het verzoek dat in te vullen.

Reagerend op de vraag dat een aantal sponsoren van het jaarcongres door andere partijen nauwelijks als open dienstverlener worden herkend, reageert Ineke Schop als volgt: “Zoals bij veel maatschappelijke ontwikkelingen, zijn definitiekwesties ook onderwerp van gesprek in de ‘open wereld’. De opstelling van programmabureau NOiV is dat de onderwerpen uit het actieplan gebaat zijn bij de participatie en inbreng van zoveel mogelijk partijen. De lijn die het programmabureau daarom vanaf het begin volgt is er een van overleg en insluiting.”

Tweede Kamer: zorgvuldigheid en transparantie

Vanuit de Tweede Kamer wordt niet direct afwijzend gereageerd op de commerciële sponsoring van het jaarcongres, maar wordt wel aangedrongen op zorgvuldigheid. Gerda Verburg (CDA) pleit voor openheid en transparantie: “Het draait hier om transparantie. Openheid over het wat en waarom van alle partijen is belangrijk, zodat iedereen weet hoe lijnen en belangen lopen”. Voor Esmé Wiegman (ChristenUnie) legt dit een verantwoordelijkheid bij de deelnemende bedrijven: “Ik sta hier niet bij voorbaat afwijzend tegenover. Het zal wel om de expertise van commerciële partijen moeten gaan. Maar ik zie de risico’s van de ‘macht van het geld’. Bij dit soort uitnodigingen zullen hele duidelijke transparante afspraken moeten worden gemaakt en zal een heel groot beroep mogen worden gedaan op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven.”

OSSLO: daadwerkelijke inzet voor open standaarden én open source software

De branchevereniging OSSLO stelt dat het in de praktijk gebruikelijk is dat commerciële partijen als sponsor ‚zendtijd’ krijgen op congressen, inclusief congressen die door de overheid worden georganiseerd. Maar, zo stelt Marc Vloemans, voorzitter van OSSLO, „op dit moment bestaat er nog geen governance ten aanzien van of in welke mate participanten daarbij het relevante overheidsbeleid dienen te onderschrijven.“

Op de vraag of ondertekening van het leveranciersmanifest dan niet een minimale vereiste zou moeten zijn reageert Vloemans duidelijk: „Open source software die onder een OSI-licentie is vrijgegeven voldoet de facto aan open standaarden. Het manifest vestigt de indruk niet per se voor open source leveranciers bedoeld te zijn. Bovendien kan de vraag worden gesteld welke garantie het ondertekend hebben van het manifest wel biedt. Er vindt geen handhaving plaats“.  Hij denkt wel dat voor sommige OSSLO-leden het toelaten van niet-OSSLO-leden en niet-ondertekenaars van het manifest als sponsoren een reden kan zijn geweest zich niet aan te melden als sponsor.

Vloemans vindt het jammer dat de focus van het leveranciersmanifest op open standaarden gericht is. „OSSLO richt zich, ook met de acceptatie van nieuwe leden, op een daadwerkelijke commitment aan open source, op basis van wat het Open Source Initiative voorstaat. Het door het programmabureau NOIV geïnitieerde manifest richt zich daarentegen slechts op een intentieverklaring ten aanzien van open standaarden. Het actieplan NOiV diende zich echter te richten op zowel open standaarden als open source. Het zou logischer zijn geweest als de commitment ten aanzien van zowel open standaarden als open source software gelijkelijk hadden meegewogen in de acceptatie van de sponsoren voor het jaarcongres“.

Niet ondertekend, maar wel open

Het standpunt van OSSLO over het leveranciersmanifest vinden we terug bij de sponsoren die dit manifest niet hebben ondertekend.

Rob van Winden (Red Dolphin) is stellig in de uitleg waarom zijn bedrijf het leveranciersmanifest niet heeft ondertekend. “Het was voor ons bij de totstandkoming van het manifest onduidelijk wat nu de intentie was. Het kwam over als een tegenreactie op de opkomst van open standaarden en open source software van gevestigde, met name gesloten software leveranciers binnen de gemeentelijke softwaremarkt.” Van Winden wijst er ook op dat het manifest alleen open standaarden noemt. “Dit gaf bij mij het beeld van een groep leveranciers die een bedreiging voor hun markt zien en nu roepen dat men goed bezig is, dat alles koek en ei is”. Dat het al dan niet ondertekend hebben van het leveranciersmanifest op zich nog weinig zegt, laat volgens Van Winden het voorbeeld van de gemeente Heerenveen zien. “Centric is zowel leverancier als ondertekenaar van het manifest, maar het lukt niet om goede ODF ondersteuning te leveren”. Daarnaast appelleert het manifest aan de bouwers van software en Red Dolphin ‘bouwt’ tot dusverre geen eigen software, maar maakt gebruik van software en componenten die uitsluitend open standaarden gebruiken. Van Winden: “Open standaarden zijn bij ons het uitgangspunt”.

Voor Van Winden is het jaarcongres een evenement waar de bezoekers kennis kunnen maken met implementaties en de ervaringen daarbij. Als leverancier wil hij daar een bijdrage aan leveren: “Ik zie het als een meerwaarde voor het congres dat er ook ruimte is om als leverancier te spreken, mits helder is dat je als leverancier spreekt en dat er in het betoog ook nadelen, aandachts- of verbeterpunten genoemd worden”. In zijn optiek is het de bezoeker die kiest voor het al dan niet bijwonen van een leveranciersssessie. “Ik vind het belangrijk dat de bezoeker weet dat het een sessie is waarin een leverancier spreekt. Verder vind ik dat ik als leverancier een verantwoording heb naar de congresbezoeker om hen een interessant, concreet en eerlijk verhaal te vertellen. Dat is waar mensen in mijn beleving voor komen, niet voor een opgepoetst marketingverhaal. Ervaringen vanuit bijvoorbeeld een implementatietraject kunnen op deze manier bijdragen aan ideeën die congresbezoekers opdoen. Deze afweging is uiteindelijk aan de congresbezoeker zelf.”

Hij vindt het wel belangrijk dat duidelijk is welke commitment de sponsors hebben op het gebied van open standaarden en open source software. “Het al dan niet ondertekend hebben van het leveranciersmanifest is dan niet bepalend, maar wat een bedrijf feitelijk doet met open standaarden, open source software en/of open content”.

Capgemini heeft het leveranciersmanifest ook niet ondertekend, maar is van mening dat de inzet van het bedrijf bij open standaarden en open source software genoegzaam bekend is. “Capgemini is al jaren lang committed voor wat betreft inzet van open standaarden en open source software bij klanten”, als Jeroen van Disseldorp van de Capgemini Open Source Cluster. “Je vindt dat terug in de Google-historie van berichtgeving, op onze website en met het pas-verschenen persbericht over de partnerships die we sluiten op dat front. Ook ons OSSLO-lidmaatschap is tekenend voor het commitment dat wij hebben. En ja, wij gebruiken bij Capgemini ook intern open source pakketten.”. (Update: Na publicatie ontvingen wij het bericht van Jeroen van Disseldorp dat Capgemini het leveranciersmanifest in oktober 2010 heeft ondertekend. Door een administratieve fout is dat niet op de betreffende pagina van het NOiV terecht gekomen).

Voor het bedrijf is deelname aan het congres een uiting van die inzet: “Voor ons is het NOiV congres een gelegenheid waarop we ons commitment kunnen en willen onderstrepen en onze OS/OSS dienstverlening tonen aan een voor ons relevante doelgroep.” Capgemini heeft verder geen mening over het sponsorbeleid van het NOiV.

Robert Wijnands van RedNose geeft aan geen tijd te hebben gehad voor een uitgebreide beantwoording van de vragen, maar sluit zich aan bij de reactie van OSSLO: „Daarin wordt duidelijk verwoord waarom wij geen meerwaarde zien in de ondertekening van het leveranciersmanifest“.

Martijn Smit (Stone-IT) heeft ook een duidelijke verklaring waarom zijn bedrijf het leveranciersmanifest niet heeft ondertekend: “Stone-IT levert sinds 1997 ICT-oplossingen die gebaseerd zijn op open source software. Wij hebben de afgelopen jaren met veel enthousiasme deelgenomen aan de verschillende bestuurstafels, aan alle jaarcongressen en hebben inmiddels in meer dan 125 gemeenten persoonlijk toelichting gegeven over de noodzaak, voordelen en mogelijkheden van open source software. Juist door gebruik te maken van open source software wordt het gebruik van open standaarden een logische zaak, daar hoefden wij het manifest niet voor te ondertekenen”. Dat het manifest beperkt is tot open standaarden vindt Smit een gemiste kans: “Het NOiV is in de loop van de tijd, en wellicht onder druk van een aantal leveranciers, meer nadruk gaan leggen op open standaarden en minder op open source software, en dat is wat ons betreft een gemiste kans. Een aantal leveranciers heeft het manifest dan wel ondertekend, maar blijken in de praktijk de inzet te frustreren.” Dat is niet zonder gevolgen gebleven: “Bij veel gemeenten is daarmee het momentum om een echt open ICT-beleid te gaan hanteren, verloren gegaan”.

Wat Martijn Smit betreft is het wel zaak dat de traditionele dienstverleners richting de overheid het manifest ondertekenen en uitvoeren. “Wij zien een duidelijk verschil tussen leveranciers als bijvoorbeeld PinkRoccade en Centric IT Solutions enerzijds en Stone-IT anderzijds. Voor overheden is het zeer belangrijke dat de eerstgenoemde gesloten source leveranciers het manifest ondertekenen en uitvoeren. De grote afhankelijkheid van de applicaties van deze leveranciers was juist in eerste instantie een belangrijke aanleiding voor het actieplan”. Er valt met Stone-IT te praten over het ondertekenen van het leveranciersmanifest: “Als het ondertekenen van het manifest door Stone-IT bij kan dragen aan het verbreden van de inzet van open standaarden én open source software, willen wij zeer graag in gesprek met het NOiV”.

Frans Suijkerbuijk (Opensapiens) was in de veronderstelling dat zijn bedrijf het leveranciersmanifest wel had ondertekend, maar constateerde naar aanleiding van de vragen dat dit niet het geval was. Dat heeft hij maar gelijk even rechtgezet. Opensapiens bestaat sinds april 2000, en tot en met 2008 ontwikkelde het bedrijf alleen maatwerk in SAP. Sinds 2008 volgt het bedrijf een open koers. „We publiceren ons maatwerk op onze wiki en proberen zoveel mogelijk kennis over open source te vergaren waar SAP gebruikers hun voordeel mee kunnen doen“, aldus Suijkerbuijk die aangeeft dat de markt niet makkelijk is. „Tot 2010 deden we dit werk alleen voor ziekenhuizen die SAP hebben. Daarna zijn we met dit concept de markt opgegaan, waarbij mijn verwachting was dat het vooral zou aanslaan bij overheden en non-profit organisaties“. Tot dusverre blijkt dat een misvatting te zijn. „Het is zo goed als onmogelijk om ‚koud’ contacten te leggen met deze organisaties. Bedrijven zijn kritisch, maar zijn met een harde business case, in euro’s, te overtuigen. Bij overheden is het beslismechanisme veel complexer en dan blijkt dezelfde business case in euro’s van mindere betekenis te zijn“. Door deel te nemen als sponsor aan het NOiV Jaarcongres krijgt Opensapiens de mogelijkheid in contact te komen, hun verhaal te presenteren aan een doelgroep waarmee ze anders niet in contact kunnen komen.

Suijkerbuijk vindt wel dat aan de sponsoren eisen gesteld mogen worden als het gaat om hun commitment aan open. „Het ondertekend hebben van het leveranciersmanifest had best een voorwaarde mogen zijn. Het klakkeloos toelaten van sponsoren zou een groot afbreukrisico zijn, zowel voor het NOiV als voor ons open source leveranciers“. Hij gaat er van uit dat de bezoekers van het jaarcongres zelf een prima afweging kunnen maken.

Maximale duidelijkheid over reële commitment

Israpunt heeft het leveranciersmanifest wel ondertekend. Arno Jolink (CEO) zegt hierover: “Binnen onze producten maken wij gebruik van open source software en open standaarden en wij vinden het belangrijk de doelstelling uit het manifest te onderschrijven”. Op de vraag of het al dan niet ondertekend hebben van het manifest een rol moet spelen bij het al dan niet accepteren van een bedrijf al sponsor reageert Jolink instemmend: “Wij zijn natuurlijk niet de initiatiefnemers en het is niet aan ons hier verder over te oordelen, maar het zou een rol moeten spelen. Zowel het ondertekend hebben van het manifest als acceptatie als sponsor van het congres moet, wat ons betreft, gezien worden als een soort certificering, een erkenning dat je als bedrijf aan bepaalde standaarden voldoet. Vergelijk het maar met de eisen om als BOVAG garage naar buiten te mogen treden”.

Jolink denkt ook dat het voor de bezoekers duidelijk moet zijn waar een bedrijf staat op het gebied van open standaarden en open source software: “We zien in de markt veel partijen opereren die zich ‘open source’ noemen, maar vervolgens door verschillende maatregelen hun product weer afschermen. De term open source wordt veel misbruikt”.

Israpunt is enthousiast over de mogelijkheid die het programmabureau NOiV heeft geboden aan sponsoren. “Wij denken dat dit een hele goede ontwikkeling is. Het is juist in het belang van de overheid om in cont(r)act te komen met bedrijven die open source en open standaarden in hun producten hebben verwerkt en te horen welke mogelijkheden dit biedt ten opzichte van de bestaande (gesloten) oplossingen. Op deze wijze kunnen de kleinere of gespecialiseerde bedrijven uit deze sector zich presenteren aan een markt die aan open standaarden de voorkeur moet geven”. Jolink denkt dat de huidige aanpak bijdraagt aan de betrouwbaarheid van de presentaties. “Iedereen weet nu dat het bedrijf heeft betaald voor die mogelijkheid. Het omgekeerde kan ook voorkomen, dat men gevraagd wordt een presentatie te geven en het ‘gun-‘ cq. ‘vriendjeseffect’ gaat meespelen.”

Esri is de enige sponsor die aangeeft op de eerste plaats een closed source software leverancier te zijn. Jan Willem van Eck, directeur Strategie legt uit: “Wij stoppen alle kennis van klanten en partners uit het geo-ecosysteem in standaard softwareproducten en die producten ondersteunen weer het ecosysteem”. Het belang van de klanten en de kwaliteit van de producten en dienstverlening zijn voor Esri leidend en als die klanten om open standaarden vragen krijgen ze die: “De belangrijkste beredenering voor de ondersteuning van open standaarden is dat onze klanten (en de markten, waar zij actief zijn) hierom vragen. Daarnaast is in nieuwe markten, waarin wij actief willen worden, de ondersteuning van open standaarden van belang. Dankzij onze ondersteuning sluiten de Esri producten en diensten beter aan op de bestaande systemen in deze sectoren. Zo maken wij meer kans om gekozen te worden tot leverancier. De integratie met ‘business systemen’ is een belangrijk drijfveer voor ons succes.”.

Het bedrijf is op verschillende manieren met ‘open’ bezig. “Wij streven naar ‘vooroplopen en toepassen’ voor open standaarden en ‘gebruiken en ondersteunen’ met betrekking tot open source. Met de open source gemeenschap kiezen wij voor een open dialoog: wij zijn en blijven graag in contact om elkaar te versterken. Onze technologie maken wij middels open api’s toegankelijk en we stellen onze dataformaten zoveel mogelijk open. Daarnaast hebben wij een open bedrijfscultuur. Openheid is zeer relevant voor het gebruik en de toepassing van geo-informatie. Wij plaatsen het onderwerp op een hoog niveau en in een grotere context met onderwerpen zoals Open Data, Open Innovatie, Open Gov.”

Van Eck is van mening dat de inhoudelijke bijdrage van sponsors op meer gebaseerd moet zijn dan hun financiële bijdrage: “Als de financiële bijdrage alleen de reden vormt om te mogen presenteren, dan vinden wij dit een te smalle basis. Op onze eigen bijeenkomsten leidt ‘sponsor, standhouder of partner zijn’ leidt niet automatisch ‘tot een presentatie’ geven. De inhoud van de presentatie en de relevantie en actualiteit van het onderwerp spelen wel een rol.” Ook hier zijn het uiteindelijk de bezoekers die het oordeel over de kwaliteit van de presentaties moeten leveren. Van de bedrijven mag duidelijkheid worden verwacht: “Deelname als standhouder aan het NOiV Jaarcongres vergt volgens ons inderdaad deze duidelijkheid richting open standaarden en open source. Het lijkt ons een te verwachten vraag van de deelnemers: waarom bent u hier en wat heeft u met het thema waar NOiV voor staat?”

Kritiek en teleurstelling

Uiteraard is ook bij andere open dienstverleners gevraagd hoe zij tegenover de commerciële sponsoring van het jaarcongres staan. Kritiek en teleurstelling blijken dan te overheersen, maar reageren? Nee, liever niet. Daarvoor is de markt te klein en de kans om buitengesloten te worden veel te groot.

Een open dienstverlener wilde uitsluitend anoniem reageren: “Voor ons bedrijf zijn de aangeboden sponsorpakketten dé reden om niet met een stand op het NOiV Jaarcongres te staan. Natuurlijk is het een interessant evenement met ruim 400 potentiële klanten, maar het vermengen van commerciële sponsoring met de inhoud van het programma gaat ons te ver. Wij zijn bereid onze deskundigheid te delen, maar dan wel op een integere manier”.

Een andere bron constateert dat er opnieuw weinig ruimte beschikbaar is voor not-for-profit organisaties: “Als je vraagt of je een plek kan krijgen op het jaarcongres, dan krijg je te horen dat je een standplaats als sponsor kan kopen. Maar wij zijn geen sponsor, wij zetten ons belangeloos in om het gebruik van open standaarden en open source te verbeteren en willen onze ervaringen delen. Onze organisaties en mensen zetten zich al jaren in, hebben het actieplan Nederland Open in Verbinding mede mogelijk gemaakt en wij hebben nu het nakijken.”

Conclusies

De sponsoren, zowel de ondertekenaars van het manifest als de niet-ondertekenaars, zijn het erover eens dat van hen verwacht mag worden dat zij op voorhand duidelijk aangeven waar zij staan op het gebied van open standaarden en open source software. En dat het dan moet gaan om een reële commitment, zichtbaar en tastbaar. Natuurlijk is deelname aan het congres als sponsor een goede gelegenheid in contact te komen met potentiële opdrachtgevers. OSSLO zou graag zien dat bij de acceptatie als sponsor niet alleen de inzet voor open standaarden maar ook de inzet voor open source software wordt meegewogen. Het leveranciersmanifest open standaarden is daarvoor een te smalle en te vrijblijvende basis. Het programmabureau Nederland Open in Verbinding heeft deze week eerste stappen gezet om die vrijblijvendheid wat te beperken. Als gaat om het toelaten van sponsoren voor het jaarcongres mogen de toelatingseisen voor acceptatie als sponsor wel wat scherper. Vanuit de Tweede Kamer bestaat op voorhand geen bezwaar tegen commerciële sponsoring van overheidscongressen met een inhoudelijke participatie van de sponsoren, mits er sprake is van maximale openheid en transparantie. Esmé Wiegman (ChristenUnie) maakte duidelijk dat dan een heel groot beroep mag worden gedaan op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de bedrijven die via deze constructie als sponsor optreden.

Redactionele verantwoording

Voor dit artikel zijn vragen voorgelegd aan de sponsoren van het NOiV Jaarcongres, het programmabureau NOiV, de brancheverenigng OSSLO en de fracties van de Tweede Kamer. De vragen hadden betrekking op de aanvaardbaarheid van commerciële sponsoring van een door een overheidsorganisatie georganiseerd congres (waarbij in ruil voor de sponsoring een inhoudelijk deel van het programma verzorgd mag worden) en op de constatering dat een aantal sponsoren het leveranciersmanifest open standaarden niet heeft ondertekend dan wel door partijen in de markt nauwelijks als ‘open leverancier’ bekend staan en de gevolgen die dit kan hebben voor hun inhoudelijke bijdragen en de beoordeling daarvan door de bezoekers. De gestelde vragen zijn hier te lezen (GoogleDocs).

Na het verstrijken van de reactietermijn is een herhaald verzoek uitgegaan naar de sponsoren die het leveranciersmanifest niet hebben ondertekend, waarop door een aantal bedrijven is gereageerd. De reacties zijn verwerkt en geredigeerd en in geredigeerde vorm weer voorgelegd aan de organisaties (met uitzondering van één bedrijf, Capgemini. De oorspronkelijke beantwoording was compact en vereiste nauwelijks redactie, evenals de reacties van de Kamerleden). De organisaties kregen uitsluitend de tekstdelen te zien die op hun antwoorden betrekking hebben. De context waarbinnen hun citaten staan zijn voor rekening van Open Trends. Van alle organisaties die vragen hebben beantwoord is een citaat in het artikel opgenomen. Geen citaat betekent derhalve dat er geen reactie van de organisatie is ontvangen.

Daarnaast zijn reacties ontvangen van verschillende personen en organisaties, welke echter niet met naam en toenaam wilden reageren. Hun opvattingen worden van dermate belang geacht, dat ervoor is gekozen hen als anonieme bronnen op te voeren.

Update 8 februari 2011: Reactie van Stone-IT toegevoegd

  8 Responses to “Commerciële sponsoring NOiV Jaarcongres stuit op weinig bezwaar”

  1. [...] Dit blogartikel was vermeld op Twitter door Jan Stedehouder en Open Trends, Open Trends. Open Trends heeft gezegd: Open Trends, nieuw artikel – Commerciële sponsoring #NOiV Jaarcongres stuit op weinig bezwaar http://ow.ly/3QbEi noiv [...]

  2. Ik ben het met Marc Vloemans / OSSLO eens, dat ‘een daadwerkelijke commitment aan open source’ ook wat mij betreft een vereiste is.

    En vrije en open source software zou bij NOiV centraler moeten staan. Immers het Forum Standaardisatie is niet voor niets ‘afgesplitst’ van NOiV’s voorganger OSOSS.

    Alleen maar een woorden-/lippendienst bewijzen aan open standaarden middels een manifest en verklaring op de website is wel erg dunnetjes en makkelijk vind ik. Een daadwerkelijke toets is wenselijk. En dan wat mij betreft niet alleen op het toepassen van open standaarden maar ook op het daadwerkelijk actief zijn binnen open source community’s. Immers bedrijven / organisaties die alleen maar gaan ‘halen’ hollen eerder uit dan dat ze steunen en doen groeien…

    Ik kan me nu wel voorstellen dat ‘echte’ open source bedrijven eerder kiezen voor het niet tekenen dan wel. Zo wordt het manifest ‘het negatief’ van hetgeen bedoeld is. En daarmee zorgt het eerder voor vertroebeling dan voor meer helderheid / transparantie in de markt.

  3. [...] leveranciersonafhankelijkheid een vereiste. En daar zijn ‘we’ nog over in gesprek. Het onderzoek naar de commerciële sponsoring van het NOiV Jaarcongres liet echter zien dat een steviger en [...]

  4. [...] leveranciersonafhankelijkheid een vereiste. En daar zijn ‘we’ nog over in gesprek. Het onderzoek naar de commerciële sponsoring van het NOiV Jaarcongres liet echter zien dat een steviger en [...]

  5. [...] programmabureau Nederland Open in Verbinding wil dat alle ondertekenaars deze week op hun respectieve websites aangeven op welke wijze zij invulling [...]

  6. [...] wordt gebracht. Esri heeft hierover een afspraak met het programmabureau. In het artikel ‘Commerciële sponsoring NOiV Jaarcongres stuit op weinig bezwaar‘ gaf Esri meer duidelijkheid over haar standpunt inzake open standaarden en open source [...]

  7. [...] vanuit Open Standaarden. Opentrends.nl had –goede- vragen over de Esri deelname en heeft er een blog over geschreven. Mijn complete set antwoorden gebruiken we om een “open” pagina op http://www.esri.nl [...]

Sorry, the comment form is closed at this time.