mrt 102011
 

Je mag het bijna een klucht noemen. Heeft het onderzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) naar mogelijke kostenbesparingen door de inzet van open standaarden en open source software nu wel of niet bestaan? Was het een oprisping van een individuele ambtenaar of een zo beroerd uitgevoerd officieel onderzoek dat niemand er ook maar iets mee te maken wilde hebben? Het rapport „Sorry, we’re open. Hoe de overheid marktwerking in de ict kan verbeteren“ werd eerder deze week vrijgegeven en nog dezelfde dag weer van de website van de overheid gehaald. Dat laatste heeft in het internettijdperk erg weinig zin, want het is zo opnieuw online te plaatsen. In het begeleidend schrijven, dat nu eigenlijk niets meer begeleidt, trekt minister Donner zijn handen zo ver mogelijk van het interne stuk af: „Er is gebleken dat het om een ondeugdelijk onderzoek gaat, en niet zozeer om een privéstuk. Het stuk is niet in besluitvorming gebruikt en nooit verder gekomen dan de status van een intern beleidsvoorbereidend document.“ Zo, daar kan de auteur het mee doen. Die auteur is overigens Jan Arnoud ten Cate, tussen 2006 en december 2010 werkzaam als projectmanager voor de uniforme digitale rijkswerkplek en sinds 2008 in het bijzonder gericht op de implementatie van open standaarden en open source software. De ICT-media zijn stevig op het verhaal gesprongen (Binnenlands Bestuur, Webwereld (1), (2) en (3), zelfs de algemene pers (De Pers). SP-er Rik Janssen gooit een stevige tomaat richting de minister met: „Donner blundert bij rapport ICT-bezuinigingen“. Wat hem betreft wordt het tijd voor echte openheid van zaken. Ik hoop het voor hem, want het is niet de eerste keer dat de Tweede Kamer in dit dossier onzorgvuldig is geïnformeerd. En als het gaat om openheid over open standaarden en open source software zijn de politieke partijen zelf ook niet echt open.

Tweede Kamer herhaaldelijk op het verkeerde been gezet

De Tweede Kamer wil dat de Nederlandse overheid overstapt op het gebruik van open standaarden en -waar mogelijk- open source software gebruikt. De overheid had dit in 2006 al moeten doen, maar goed. Eind 2007 werd een ambitieus plan aangenomen met een compleet onrealistische doorlooptijd, maar goed. De verantwoordelijke staatssecretaris Frank Heemskerk heeft een paar keer gedreigd met steviger maatregelen toen bleek dat het met de uitvoering van het actieplan Nederland in Verbinding naadje was en de Tweede Kamer daar verbolgen, boos, teleurgesteld et cetera over was. Na beloften dat het nu echt wel beter zou gaan met dit hoofdpijndossier ging de Kamer over tot de orde van de dag. Maar het ging niet beter, er kwamen geen stevige maatregelen. Zo nu en dan dreigt de Tweede Kamer wel dat het nu wel eens tijd wordt voor meer doorzettingsmacht, maar uiteindelijk werd en wordt daar niets mee gedaan. Sterker nog, de Tweede Kamer wordt keer op keer het bos in gestuurd, laat zich het bos in sturen omdat het onvoldoende beschikt over accurate informatie.

In de bijdrage „Is meten ook echt weten?“ in het Open Source Jaarboek 2009-2010 noem ik twee gevallen waar zowel staatssecretaris Heemskerk (EZ) als staatssecretaris Ank Bijleveld (BZK) de Tweede Kamer onjuist hebben geïnformeerd over de voortgang van het actieplan Nederland Open in Verbinding. In het voorjaar 2009 stuurde Heemskerk een voortgangsrapportage naar de Tweede Kamer en maakte daarbij gebruik van gegevens uit een onderzoek dat door het programmabureau NOiV was teruggetrokken omdat het een ondeugdelijk onderzoek betrof. Heemskerk vermeldde dit niet in zijn voortgangsrapportage, en de Tweede Kamer vroeg er ook niet naar.

Bijleveld informeerde eind 2009 de Tweede Kamer over het gebruik van het Open Document bestandsformaat bij de ministeries. Geen enkel ministerie maakte daar volgens haar gebruik van. Jammer genoeg liet de zelfrapportage van de ministeries zien dat zowel BZK als Verkeer & Waterstaat aangaven het bestandsformaat wel te gebruiken. En ook daar deed de Tweede Kamer niks mee.

Dat wil natuurlijk niet zeggen dat de Tweede Kamer helemaal niets deed.  Het is dan wel afhankelijk van dat ene kamerlid dat blijk geeft de materie meer dan het Tweede Kamer-gemiddelde te snappen. In mei 2010 besloot de Kamer  op initiatief van Arda Gerkens de Algemene Rekenkamer te verzoeken een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar mogelijke besparingen die met de inzet van open standaarden en open source software gerealiseerd kunnen worden. Bijleveld voelde daar niets voor en schermde met een onderzoek dat zij binnen BZK liet uitvoeren. De Tweede Kamer pakte door, en de Algemene Rekenkamer pakte op. Gejuich klonk uit vele open kelen. Eindelijk!

In januari van dit jaar schreef de Algemene Rekenkamer een brief naar de Tweede Kamer. De boodschap? Het eindrapport, welke ook zou moeten gaan over de decentrale overheden,  zou zich beperken tot de Rijksoverheid. Dit was besloten na overleg met het o zo coöperatieve ministerie van BZK. In het kielzog van de brief van de Rekenkamer gingen meerdere mensen eens vragen hoe het nu zat met het door Ank Bijleveld aangekondigde onderzoek. Waar bleef die rapportage? Inmiddels was minister Donner de verantwoordelijke bewindspersoon en die reageerde met: „De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft verzocht om een intern onderzoek inzake de berekening van kostenbesparing van open ICT standaarden dat uitgevoerd zou zijn door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een dergelijk onderzoek bestaat niet.“ Zoals we nu weten, en de minister ook al heeft toegegeven, was die uitspraak iets te kort door de bocht.

Maar hebben jullie meegeteld? Op dit moment hebben drie bewindspersonen de Tweede Kamer bij zeker vier gelegenheden onjuist geïnformeerd over de voortgang van het open standaarden en open source beleid, waardoor mijns inziens de Kamer onvoldoende in staat was (en is) een goede democratische controle uit te voeren op dit dossier. Het laatste standpunt van minister Donner zou wel eens een vijfde gelegenheid kunnen worden.

Democratische controle is niet goed haalbaar

Het is so wie so al lastig om precies te weten te komen wat de stand van zaken is rond het open standaarden en open source beleid. Het programmabureau Nederland Open in Verbinding is -handig genoeg- geen orgaan dat onder de Wet Openbaarheid van Bestuur valt en voert daarnaast ook niet echt een open en transparant beleid als het gaat om communicatie. De jacht op doorbraken wordt vastgelegd in glanzende fotoboeken met in het weiland huppelende kinderen op de voorpagina, en voor de liefhebber een zonnebloem, ongeacht het onderwerp. Positieve beeldvorming staat centraal en dat verhoudt zich slecht met democratische controle.

In het al genoemde artikel „Is meten ook echt weten?“ concludeerde ik verder dat het meetinstrument dat wordt gebruikt om de voortgang van het beleid in beeld te brengen om verschillende redenen zeer zwak is: lage respons, non-respons van overheden die voortrekkers zijn, relatief hoog gewicht aan papieren intenties, beperkte relatie van de antwoorden met de werkelijke situatie van de decentrale overheden. Maar die zwakheid is geen beletsel om het gewoon te blijven gebruiken en op basis daarvan de opdrachtgever, en via deze, de Tweede Kamer te informeren.

Politieke partijen hebben overigens weinig recht van spreken

Wanneer je de ferme en stoere taal uit de Tweede Kamer hoort, over hoe enthousiast ze zijn over open standaarden en open source dan verwacht je toch op zijn minst dat bij al die partijen open ook intern hoog op de agenda staat. Ik bedoel, het zou toch vreemd zijn als je hoort dat GroenLinks haar partijbureau van stroom voorziet met een leverancier die vooral via kerncentrales elektriciteit opwekt. Of als de PVV haar jaarvergadering houdt in restaurant Antalya. Toch? Met dit in gedachten heb ik voor Open Trends alle partijen die nu in de Tweede Kamer vertegenwoordigd zijn gevraagd naar hun interne ICT-beleid en de aandacht die hierbinnen is voor open standaarden en open source software, en of het partijkader daar een beetje van op de hoogte wordt gebracht. De reactie was …….overweldigend……………………………………stil. Welgeteld drie van de tien partijen hebben de moeite genomen te reageren: CDA, GroenLinks en de SGP.

Michael Sijbom, hoofd communicatie CDA, viel maar gelijk met deur in huis: „Uit uw vragen blijkt dat u geen goed beeld heeft van politieke partijen. Politieke partijen zijn maar heel kleine organisaties (30-50 medewerkers) die niet veel (kunnen) investeren in software.“ Moet ik hierover in discussie gaan? Het is natuurlijk raar te stellen dat een kleine organisatie niet met open standaarden of open source software aan de slag kunnen. Het CDA heeft wel ervaring met open source, maar dit was niet onverdeeld positief: „We gebruiken natuurlijk de gebruikelijke kantoorapplicaties, serversoftware en software voor onze websites. De keuze voor wel of niet open source is daarbij meer een financieel en praktische dan een ideologische. In het verleden is er bijvoorbeeld bij de keuze voor de webomgeving wel gebruik gemaakt van open source en dat gaf een wisselend beeld. Uiteindelijk bleken we nog veel geld kwijt te zijn aan inhuur van externen om de websites volgens onze wensen draaiende te krijgen en te houden“.

Volbregt Smit van de SGP verwijst ook naar praktische, financiële en bedrijfsmatige overwegingen: „De SGP is een zeer kleine organisatie die met een minimum aan middelen moet zien rond te komen.  Voor ons is belangrijk de totale kosten van een investering enerzijds – ook als het om software gaat – en de continuïteit en bedrijfszekerheid anderzijds.  Systeembeheer kunnen en doen we niet in eigen beheer.  Wij kunnen ons niet permitteren kosten te moeten maken omdat open source software niet op maat is of wat dan ook.  In die zin is het ook te betwijfelen of open source altijd goedkoper is. Dit betekent niet een bewuste anti-houding of zoiets.  Helemaal niet.  Een medewerker van onze Tweede Kamerfractie heeft geparticipeerd in een werkgroep over dit onderwerp over de automatisering van de Tweede Kamer zelf.  Dat wij er op het partijbureau dus niet of nauwelijks gebruik van maken is puur ingegeven door praktische, financiële en bedrijfsmatige overwegingen“.

De reactie van GroenLinks kwam zowel van bestuurslid Jaap van der Haar en de Werkgroep ICT van GroenLinks.  Ja, GroenLinks doet aan open standaarden en open source software, maar het moet nog beter. De Werkgroep ICT heeft een ‚niet-besloten mailing list’ voor discussie over open ICT. Daar mag ik niet op. Ik ben namelijk journalist en dat zou de vrijheid van discussie beïnvloeden. Als er nieuws is, dan zie ik vanzelf het persbericht wel. Tja, dat is anders dan in de open source wereld waar toch heel open wordt gediscussieerd, waar die openheid wordt gewaardeerd. Het zou niet mijn keuze zijn geweest.

Voor het overige…. niks. Geen reactie van de SP, de partij die de afgelopen jaren heel wat kamervragen heeft gesteld over open standaarden en open source software. Geen inhoudelijke reactie van de PvdA. Wel vrij recent een persbericht dat de PvdA bewust kiest voor open source voor haar webapplicaties. Bij dat ‚bewust’ moet je dan wel wat vraagtekens zetten, getuige een bericht uit 2007: „PvdA is tegen uitvoering open standaarden en open source“. In 2007 werd een motie van de VVD over het verplicht invoeren van open standaarden per 1 januari 2009 door de PvdA, toen regeringspartij, niet ondersteund. Ik heb ook geen reactie ontvangen van de VVD, de PVV, de ChristenUnie, Partij voor de Dieren en niet van D’66, een andere partij die graag schermt met haar ‚open profiel’.

Jullie moeten het mij maar niet kwalijk nemen, maar ik zet hierdoor wel vraagtekens bij de werkelijke commitment van de Nederlandse politieke partijen bij open ICT en daardoor vraagtekens bij de inzet van de Tweede Kamerfracties om op zijn minst open standaarden keihard binnen de publieke sector te verankeren.

Heeft open nog wel de toekomst in politiek Nederland?

Wat betekent dit voor de toekomst van het Nederlandse open standaarden en open source beleid?

Het programmabureau Nederland Open in Verbinding is zo te merken al bezig met inpakken. Na het komende NOiV Jaarcongres, mijns inziens met het minst inspirerende programma van de afgelopen jaren, wordt vooral ingezet op ‚borgen’. Daar lijkt weinig vertrouwen te bestaan dat een voortzetting van het programmabureau mogelijk is.  In alle redelijkheid, het is überhaupt van de gekke dat een ambitieus programma als NOiV slechts voor een periode van vier jaar is uitgezet. Maar om je daar begin 2011 al bij neer te leggen gaat me ook iets te ver. Erik Gerritsen heeft de balans van doorbraken opgemaakt, een heel kort lijstje, denk ik zo. Ineke Schop hoopt dat de kleinkinderen het straks beter gaan doen met het motiveren van de overheden om meer ‚open’ te werken.  Nee, vanuit die hoek hoeven we geen krachtige impulsen meer verwachten.

En het rapport van Algemene Rekenkamer dan?

Moeten we dan grote verwachtingen hebben van het rapport van de Algemene Rekenkamer dat volgende week wordt gepresenteerd? Ik heb die verwachtingen in ieder geval niet. Zoals het de Rekenkamer past wordt het vast een mooi, solide rapport. Helaas gaat het alleen over de Rijksoverheid en kunnen VNG c.s. straks stellen dat de bevindingen moeilijk te vertalen zijn naar de decentrale overheden, dat KING nog maar eens een goed, minder onafhankelijk onderzoek moet gaan doen voor die overheden. ICT~Office stoft nog maar eens wat oude rapporten af over de kracht van de Nederlandse softwaresector en gaat vertellen dat de Rekenkamer die onvoldoende heeft meegenomen, dat het gebruik van open standaarden meer geld gaat kosten, minder banen oplevert en de overheids-ICT in een technologisch Armageddon gaat storten.

De Tweede Kamer gooit confetti in de lucht en besluit unaniem aan de minister te vragen zo snel mogelijk met een concreet plan te komen om per 1 januari 2012 open standaarden verplicht te stellen voor de hele publieke sector. De minister spreekt zijn waardering uit voor het gedegen werk van de Algemene Rekenkamer, belooft het rapport zeer zorgvuldig te bestuderen en stelt vervolgens een brede commissie in. In de commissie hebben BZK, VNG, ICT~Office en KING zitting en zij krijgen de opdracht met concrete aanbevelingen te komen. OSSLO schreeuwt dan moord en brand, en mag vervolgens ook in de commissie gaan zitten. En dan is het al snel medio 2012 voordat de aanbevelingen richting de Tweede Kamer kunnen. Wie dan leeft, wie dan zorgt.

Is dit een wat cynische kijk op wat er staat te gebeuren? Ik noem het liever een realistische inschatting. Het werkelijke probleem is en blijft dat er geen politieke en bestuurlijke wil is om open ICT te laten slagen in Nederland.

De Tweede Kamer zit te slapen

Is het jullie opgevallen dat het stuk van Ten Cate de datum van 11 mei 2010 heeft? Op 12 mei vroeg de Tweede Kamer naar het onafhankelijke onderzoek van de Algemene Rekenkamer en stelde Bijleveld dat ze al met een onderzoek bezig was, een onderzoek waarvan de resultaten op 1 december 2010 aan de Kamer aangeboden kon worden. Het rapport “Sorry, we’re open” lag toen al in versie 0.8 klaar. Dit stuk was nog niet af, zoveel is wel duidelijk. Maar waarom is er sindsdien niet verder aan gewerkt? Of is er wel aan gewerkt en ligt er een steviger onderbouwd rapport? Zo ja, waarom is die latere versie dan niet vrijgegeven? En waarom heeft de Tweede Kamer niet in december 2010 al aan de bel getrokken bij de minister? De Kamer deed dit pas toen journalisten hen daar op wezen.

Het onderwerp wordt klaarblijkelijk pas belangrijk als er pijnlijke vragen worden gesteld in de media. De Tweede Kamer heeft de ‘proprietary’ tekstverwerker dan al in de aanslag staan voor vragen richting de minister of staatssecretaris en die vraagt zich vervolgens af waar het nu weer over gaat. Hier en daar gaan wat ambtenaren rennen en bellen, het antwoord gaat terug naar de Kamer en iedereen gaat over tot de orde van de dag. Ach, het gaat toch maar over ICT, en dan ook nog over zo’n raar ideologisch subthemaatje als open standaarden en open source. Pffffrrrt. Windows werkt toch prima. Nee, zoals ik het zie wordt nauwelijks begrepen waarom de Nederlandse overheid een open en transparante ICT moet inrichten.

Recentelijk schreef ik hier over: „Maar het laat zien hoe weinig inzicht er bestaat over het belang van ICT vraagstukken voor het moderne bestuur. ICT (lijkt) gezien te worden als een technisch implementatievraagstuk. Alleen al de enorme problemen met lopende ICT projecten bij de overheden en de omvangrijke bedragen die in bodemloze putten verdwijnen zouden al voldoende moeten zijn om deze gedachte uit de weg te ruimen. De inzet van ICT bij en door de overheid raakt fundamentele burgerrechten, heeft invloed op de openbaarheid en transparantie van het bestuur en maakt het uitvoeren van overheidstaken overeenkomstig democratische besluitvorming mogelijk of onmogelijk. Open ICT is hiervoor een belangrijke waarborg“.

Omdat het niet goed begrepen wordt, blijft het gezien worden als een ideologisch speeltje en doen we moeilijk in het dossier Nederland Open in Verbinding. Opeens is het mogelijk om zeer ver door te rekenen of het wel echt besparingen oplevert als ‘we’ met open standaarden en open source aan de slag gaan. Alsof we dat doen met de miljarden die nu over de balk worden gesmeten aan mislukte ICT-projecten (voornamelijk gesloten source). De besparingen zijn op een bierviltje voor te rekenen. De notitie van Ten Cate was zeker niet klaar voor publicatie, maar het is wel iets meer dan een snelle rekensom op dat bierviltje. OSSLO heeft de Tweede Kamer in mei 2010 ook al voorgerekend hoeveel geld er valt te besparen met inzet van open source software. We praten over forse besparingen, oftewel financiële ruimte om de omslag naar een open overheids-ICT ruimschoots te maken. En we doen er niets mee.

Bestuurlijk en politiek staat Nederland compleet stil als het gaat om open standaarden en open source software, om de overstap naar een duurzame, innovatieve en robuuste open ICT bij de overheid. Binnenkort gaan we merken dat landen binnen en buiten Europa Nederland links en rechts voorbij denderen door stevig gebruik te maken van open ICT, landen die daarmee een innovatieve slag in onderwijs, economie en onderzoek gaan maken. Terwijl zij die slag maken zitten wij nog lekker te polderen aan bestuurstafels om de komma’s in de intentieverklaringen te verplaatsen. Over een aantal jaar betalen wij de rekening voor de combinatie van onkunde, desinteresse en kortzichtig eigenbelang.

Heeft open source een toekomst in Nederland?

Bestuurlijk en politiek mag het dan wel stil staan (en blijven staan), op andere terreinen gaat het gelukkig gewoon door. De open source gemeenschap in Nederland heeft heel wat intellectueel kapitaal, veerkracht en doorzettingsvermogen. Dat was er al voordat Nederland Open in Verbinding begon en bestaat nog lang nadat het licht bij het programmabureau is uitgegaan. Mijns inziens heeft het programmabureau veel te weinig gebruik gemaakt van de kracht van die gemeenschap, en waar ze de gemeenschap wel wilde gebruiken dat te veel gedaan binnen de ambtelijke kaders: besloten, afgekaderd, geen kritiek accepterend, et cetera.

Voor wie het wil zien zijn er prachtige initiatieven, projecten met een groot potentieel. Organisaties en bedrijven gaan inzien dat het gebruik van open standaarden en open source niet een ideologisch ding is, maar een essentieel onderdeel van de bedrijfsstrategie. Het enthousiasme voor wat de overheid met open ICT doet, of liever niet doet, is behoorlijk verdwenen. Ach ja, de overheid.

Met open source in Nederland komt het wel goed. Nee, Ineke, we hoeven niet te wachten tot onze kleinkinderen het snappen. De fundamenten voor een goede open ICT zijn al lang gelegd in Nederland en daar kunnen we nog heel wat moois van verwachten.


 Posted by at 21:08

Sorry, the comment form is closed at this time.